Luister
Live
24 mei 2021 - 11:07
Deel dit artikel:

Van jongensschool tot Sint Aloysiusschool, Kransakkersschool en De Borgh

Het gebouw dat we nu kennen als de moderne Borgh in Budel is eeuwenlang een school geweest. Door de jaren heen heeft het verschillende functies gehad. In dit artikel duiken we in het verhaal van het gebouw aan de Dr. Ant. Mathijsenstraat.

cranendonck24 / Heemkundekring De Baronie van Cranendonck • Beeld - Heemkundekring De Baronie van Cranendonck

Via Heemkundekring De Baronie van Cranendonck

Het lager onderwijs in onze dorpen is eeuwenlang georganiseerd door de kerk. Het ideaal was dat bij elke parochiekerk ook een school stond. Hier stonden met name lezen, schrijven en later ook rekenen op het programma. Het onderwijs was in de volkstaal, men sprak van Nederduitse scholen. In grotere plaatsen en steden waren ook ‘Latijnse’ scholen waar ook in die taal onderwezen werd. Na 1648 kwam het onderwijs in Budel, Maarheeze en Soerendonk in handen van de ‘Hervormde Kerk’. Door de Franse Revolutie werd het een staatsaangelegenheid. Zonder verlof van de regering mocht er geen school worden opgericht.

In 1840 was er in Budel een schooltje onder het raadhuis (nu Schepenhuis) voor jongens en meisjes. ’s Zomers verzuimden vele boerenkinderen vanwege werkzaamheden thuis, maar in de winter kwamen er wel ongeveer 130 kinderen, die zich ternauwernood in deze beperkte ruimte konden verroeren. De gemeente begreep dat er iets moest gebeuren en bouwde een schooltje met een lokaal op het kerkhof (zie plattegrond hieronder).

De kinderen zaten op primitieve bankjes. Al in 1852 kwamen er klachten over de slechte staat van het onderwijs. Ook nam het aantal schoolgaande kinderen toe en de school kon niet worden vergroot. Daarnaast wilde men de school splitsen in een jongens- en een meisjesschool. Pastoor Timmermans zou zorgen voor een zusterschool voor meisjes en de gemeente zou zorgen voor een nieuwe openbare school.

Bouw van grotere school
Hiervoor werd het huis van Joseph Hompes in 1852 aangekocht met erf en tuin, mede mogelijk gemaakt door een lening van Burgemeester Goyarts en Antonis Fransen. Het terrein strekte zich uit vanaf de hoek van de Willem II Straat tot en met de huidige Borgh. De gemeente zat echter zo krap bij kas dat het nog duurde tot 1856 voordat men overging tot de bouw van een school met twee lokalen en een onderwijzerswoning. Het nieuwe hoofd, H. de Preter uit Vlijmen, zat met een kleine 200 leerlingen: het animo voor het onderwijs nam toe en ook kinderen uit Gastel kwamen naar Budel.

Het college van B&W had een ‘hulp’ bij het onderwijs gevonden tegen een vergoeding van 175 gulden per jaar. Het hoofd der school ontving 500 gulden. Na de onderwijswet uit 1857 stelde men hogere eisen aan de bekwaamheid van de onderwijzers. Hiervoor werden de belastingen en het schoolgeld verhoogd. Het salaris van het hoofd werd gebracht op 600 gulden, plus 15 procent van de schoolgelden en vrije woning. De hulponderwijzer kreeg 250 gulden per jaar en nog wat vergoeding voor de extra lessen, die nodig waren door het hoge verzuim in de zomer.

Ook deze tweeklassige school was echter al spoedig te klein en er rezen grote problemen met het dak. De kosten van renovatie en uitbreiding waren zo hoog dat er besloten werd om een nieuwe school met onderwijzerswoning te bouwen op het terrein grenzend aan deze school (ongeveer op de plaats van de latere Sint Aloysiusschool).

Leerkrachten en schoolhoofden
Al in november 1881 werd deze vierklassige school met onderwijzerswoning in gebruik genomen. De oude school werd verkocht aan hoofdonderwijzer Hendrik de Preter. Bij de opening waren er nog maar twee leerkrachten: Hendrik de Preter en Gerard Roothans. In 1884 kwam Antonius van Winkel als derde leerkracht. Gerard Roothans gaf na schooltijd ook nog Franse les. Zo stond het onderwijs er goed voor in Budel. Fr. van Hoorn volgde Hendrik de Preter op als schoolhoofd. Nog altijd stond er een lokaal leeg, totdat na de snelle uitbreiding van de gemeente door de oprichting van de zinkfabriek het vierde lokaal snel nodig bleek. In 1907 zorgde de opening van de bijzondere school in BudelSchoot voor enige verlichting. Meester S.H. Winkelmolen werd met ingang van 15 juli 1908 benoemd tot onderwijzer aan de ‘Openbare lagere school’. Budel was zijn eerste en zou zijn enige standplaats blijven. 

Uitbreidingen
In 1914 werd de school uitgebreid met twee lokalen en een gymzaal. In de oorlogsjaren werd de school ook gebruikt voor ingekwartierde soldaten en door een uitbraak van roodvonk lag het onderwijs ook maanden stil. De grondwetsherziening in 1917 maakte een einde aan de schoolstrijd. Daardoor werden het bijzonder en openbaar onderwijs gelijk gesteld. Pastoor F. van Baars had al in 1913 plannen om een katholieke school op te richten. Pas in 1919 was het zover. De school werd een bijzondere school met de naam ‘Sint Aloysiusschool’. Tot hoofd der school werd benoemd P. Barts, een onderwijzer, geboren in Hulst. In de kerk preekten de priesters dat de Budelnaren hun zonen naar het katholieke onderwijs moesten sturen. Voorlopig bleef de openbare school met een tiental protestantse leerlingen nog in hetzelfde gebouw. Later verhuisden die naar het K.J.V.-huis, de gewezen muziekzaal van fanfare ‘De Volharding’.

Brand
De school breidde zich gestaag uit en in december 1920 werd de achtste leerkracht benoemd. In de jaren dertig werd de school meerdere keren verbouwd, maar in januari 1941 brandde de Sint Aloysiusschool voor een groot deel af, waarbij veel leermiddelen en schoolmeubelen verloren gingen. In het parochiehuis (nu De Borgh), het KJV-huis, de Sint Annaschool en in twee allerhaast verbouwde slaapkamers van F. Hegge moest nu les worden gegeven. Drie lokalen van de oude school bleven nog over. Later is op die plaats een gymzaal gebouwd.

In 1941 verliet schoolhoofd Zegers Budel en werd S.H. Winkelmolen hoofd van de Budelse jongensschool. Naast drie zilveren jubilarissen vierde Winkelmolen in 1948 zijn veertigjarig ambtsjubileum aan dezelfde school. Een laar later in mei 1949 kwam er een einde aan die moeilijke periode, toen het na de oorlog nieuw opgetrokken schoolgebouw werd geopend. Het waren zeven nieuwe lichte en luchtige lokalen met leermiddelenkamertje en hoofdenkamer, brede gangen met gesmede klerenhaken en moderne closets (toiletten), aangebouwd aan de bestaande drieklassige oude school. In 1941 had men reeds een plan en begroting van 50.000 gulden voor de opbouw gemaakt, maar het college van B&W durfden het toen niet aan, wegens schaarste aan bouwmaterialen. Daardoor vielen de kosten meer dan driemaal zo hoog uit. Winkelmolen bleef hier nog ruim vijf jaar werkzaam, tot hem per 1 januari 1955 - hij was toen 66 - eervol ontslag werd verleend.

Op 1 januari 1955 werd hij opgevolgd door L.I.D. Heijnen. Deze werd op 1 september 1960 wegens benoeming in Tilburg opgevolgd door J.A.B. van Halteren. In 1970 kwamen de eerste meisjes op school en werd het een gemengde school. In 1982 volgde de fusie met de Sint Franciscusschool en werd de naam veranderd in Kransakkersschool. De Sint Aloysiusschool werd KransakkersNoord en de Sint Franciscusschool werd Kransakkers-Zuid. Hoofd der school, J.A.B. van Halteren ging met pensioen. Hij werd opgevolgd door G. van Dommelen, die reeds hoofd was van de voormalige Sint Franciscusschool.

Deze dependance (Kransakkers-Noord) werd gesloten en na verbouwing in gebruik genomen door gemeenschapshuis De Borgh. Op 11 april 1987 werd de vernieuwde Borgh officieel geopend.

Download de gratis app van Cranendonck24 en mis niets → Apple | Android

Deel dit artikel:

Reageren

Ga terug