Brabant heeft steeds meer te maken met droogte. Om ervoor te zorgen dat er genoeg grondwater beschikbaar blijft, zetten de provincie, de waterschappen, drinkwaterbedrijven, landbouw- en natuurorganisaties en industrie samen een nieuwe koers uit. Met die koers komen er strengere regels voor het oppompen van grondwater om gewassen te beregenen.
Gedeputeerde Staten hebben de plannen deze week als eerste partij goedgekeurd. De overige betrokken partijen moeten dit nog doen.
Het grondwatergebruik voor beregening moet tussen 2027 en 2040 dalen van 100 naar 70 miljoen kuub per jaar. Die 70 miljoen kuub wordt verdeeld over de drie Brabantse waterschappen. De waterschappen bepalen vervolgens zelf hoe ze hun toebedeelde ruimte willen inzetten. Vanaf 2040 mogen ze in ieder geval niet méér toebedelen dan afgesproken.
Voorlopig ziet de verdeling tussen de waterschappen er zo uit (in 2030 wordt bekeken of aanpassingen nodig zijn):
Voor beschermde gebieden wordt uiterlijk dit jaar per gebied bepaald hoeveel grondwater er nog kan worden onttrokken zonder dat dit aanzienlijke schade aanbrengt aan de natuur. De limieten in die gebieden gelden al vanaf 2033.
De regels voor boeren die hun gewassen beregenen met grondwater worden vanaf 2030 al strenger. Agrariërs moeten dan verplicht een watermeter hebben en beschikken over een Bedrijfs-, Bodem- en Waterplan.
Boeren die bijdragen aan het herstel van het grondwatersysteem - bijvoorbeeld door water vast te houden, zuinig met water om te gaan of het in de grond te laten infiltreren - kunnen daarvoor een beloning krijgen. 'Voor wat hoort wat' is het uitgangspunt van de nieuwe koers.
De beloning bestaat uit extra beregeningsruimte die boeren kunnen verdienen. De waterschappen bepalen op welke manier dat precies kan. Die extra ruimte moet wel binnen de afgesproken limieten van 70 miljoen kuub blijven.
Download de gratis app van Cranendonck24 en mis niets → Apple | Android